Wat is Internationale Economie?
Internationale economie gaat over **handel tussen landen**, wereldwijde investeringen en de invloed van wisselkoersen.
Hieronder lees je alles over export, import, evenwicht van betalingen en hoe landen afhankelijk zijn van elkaar in de mondiale markt.
- Export: Verkoop van goederen of diensten aan het buitenland.
- Import: Aankoop van goederen of diensten uit het buitenland.
- Wisselkoers: De waarde van één munt ten opzichte van een andere (bijv. €1 = $1.10).
- Buitenlandse concurrentie: Bedrijven die concurreren met bedrijven uit andere landen.
- Evenwicht van betalingen: Overzicht van alle transacties tussen landen (export, import, kapitaalstromen).
- Wereldhandel: Het verhandelen van producten en diensten tussen verschillende landen.
De Wisselkoers
De wisselkoers bepaalt hoeveel je krijgt voor een munt. Bijvoorbeeld: hoeveel dollar je krijgt voor één euro.
Invloed van de wisselkoers
- Een lagere euro → export wordt goedkoper / import duurder
- Een hogere euro → export wordt duurder / import goedkoper
Handelsbalans
Export − Import = Handelsbalans
Als export > import → exportoverschot
Als export < import → importtekort
Voorbeeld:
Export: €500 miljard
Import: €450 miljard
€500 mld − €450 mld = +€50 mld → exportoverschot
Reële Wisselkoers
Reële wisselkoers = Nominaal × (Prijsniveau binnenland ÷ Prijsniveau buitenland)
Geeft weer of export daadwerkelijk competitief is.
Koophuistheorie
Prijs binnenland ≈ Prijs buitenland × Wisselkoers
Legt verband tussen prijzen en koersen.
- Export: Verkoop van goederen/diensten aan het buitenland
- Import: Aankoop van goederen/diensten uit het buitenland
- Wisselkoers: De prijs van een vreemde munt
- Valutamarkt: Marktplaats waar munten worden verhandeld
- Evenwicht van betalingen: Totaal van alle economische transacties tussen landen
- World Trade Organization (WTO): Wereldorganisatie die handel regelt
- EU: Europese Unie – interne vrijhandel zonder grenzen
- Protectionisme: Beperken van buitenlandse handel via invoerrechten of quota's
- Globalisering: Toenemende verbondenheid tussen economieën
- Kapitaalimport: Geld dat binnenkomt uit het buitenland
- Kapitaalexpport: Geld dat naar het buitenland gaat
- Arbitrage: Voordelen halen uit prijsverschillen tussen landen
- Comparatief voordeel: Land heeft voordeel door relatief goedkoper te produceren
Oefenen
Wil je deze theorie oefenen of formules toepassen? Klik hieronder om verder te gaan!